serge

VLINDERFOTOGRAFIE

Vlinders zijn prachtige, kleurrijke insecten die de mens altijd al gefascineerd hebben.
Een groot voordeel is dat je ze overal kunt fotograferen, zelfs in je eigen tuin.
Vlinderfotografie blijft wel een uitdaging. Het kan echt frustrerend zijn om te proberen een goede close-up van een vlinder te nemen. Vlinders zijn en blijven immers onvoorspelbaar.
Toch is vlinderfotografie voor mij een hobby (passie) die mij veel voldoening geeft.

Hieronder een aantal tips die er toe zullen leiden dat je vlinderfotografie er na verloop van tijd sterk zal op vooruitgaan, tips die je slaagkans zullen vergroten om een vlinder beeldvullend in beeld te krijgen.

Het zijn zaken die ik zelf ondervonden heb, ergens heb gelezen en uitgeprobeerd of weetjes van collega’s natuurfotografen.

Alle getoonde beelden zijn gefotografeerd met een digitaal reflextoestel met macro-objectief (105mm) op statief.

KEN JE ONDERWERP
Als je vlinders wil fotograferen moet je weten hoe deze insecten leven. Hoe beter je je onderwerp kent hoe groter de slaagkans. En dit is niet enkel zo voor vlinders …
Het is dus van belang dat we weten wat vlinders verwachten (voedsel, habitat, weer), hoe zij zich gedragen en waar en wanneer we ze kunnen verwachten.

Verwachtingen
De meeste vlinders leven voornamelijk van nectar. Dus waar veel bloemen (soorten met veel nectar) voorkomen treft men meestal ook veel vlinders aan.
Budlea (vlinderstruik), lavendel, bloemen van braamstruik, klimop, ... bevatten veel nectar. Rozen, klaprozen, ... bevatten geen nectar, hierop zul je dan ook geen vlinders vinden.
Veel bloemen is evenwel niet voldoende, een ideale vlinderweide is georiënteerd (liefst helling) op het zuiden en er dienen ook bomen en struiken te staan. Deze zijn nodig opdat de vlinder zich kan oriënteren.
Sommige vlinders, zoals o.a. Atalanta en Dagpauwoog, worden ook aangetrokken door rottend fruit.
Andere vlinders bezoeken dan weer helemaal geen bloemen.
Zij leven van suikerhoudende afscheiding van bladluizen, boomsappen, ontbindende kadavers, …
Ook dient een vlinder regelmatig te drinken en heeft hij mineralen (mest van dieren, urine, ...) en zout nodig.
Het opnemen van voedsel kan enkel met hun roltong (opzuigen).
Vlinders zijn koudbloedige dieren, wat betekent dat zij warmte nodig hebben om te kunnen functioneren/vliegen.

blauwtje parelmoer1
nectar zuigend Blauwtje zonnende Parelmoervlinder

De favoriete leefomgeving is afhankelijk van soort vlinder (bossen, heide, graslanden, moerassen, duinen). Hun voorkomen hangt heel nauw samen met de waardplant (plant waar vlinder zijn eitjes op legt) van de rupsen.
Hun favoriete weertje: niet te veel wind, zonnig (weinig wolken) en warm (tussen 20 en 25°C).

Gedrag
Vlinders overnachten kort tegen de grond, hangend aan bladeren, bloem, gras. Ook holle bomen, scheuren en spleten zijn ideale overnachtingsplaatsen.
’s Morgens zijn ze helemaal bedauwd en dan kunnen ze nog niet vliegen. Het licht is op dat moment van de dag is soms heel spectaculair.
Ook is er ’s morgens meestal weinig of geen wind.
Je moet wel vroeg uit te veren (voor zonsopgang ter plekke) en je mag niet bang zijn om nat te worden, kou te krijgen, ...
Indien er een wolk voor de zon komt, blijft een vlinder meestal zitten om energie te sparen. Tijdens een plotse bui gaat een vlinder schuilen. Vooraleer hij dan terug kan vliegen moet hij zich eerst opwarmen in de zon. Ook komen veel vlinders na een bui uit hun schuilplaats om te drinken.
Vlinders hebben ook een favoriete plek. Een plek om te rusten na het eten, om uit te kijken naar voorbij vliegend vrouwtje. Eens zo'n plek gevonden kan je je daar gerust opstellen, na een tijdje komen ze wel terug.

dambordje1 dikkopje
bedauwd Dambordje Groot Dikkopje op uitkijk

Op het heetst van de dag zijn vlinders zeer actief en moeilijk te benaderen,
Bij een laag zonnetje is het soms verrassend eenvoudig om vlinders te benaderen als zij zich op een bloem te goed doen aan nectar.
Tevens zijn vlinders gevoeliger voor bewegingen dan voor vormen, zijn ze gevoelig voor geluid en vliegen weg als ze in de schaduw komen.
Mannetjes houden zich intens bezig met zoektocht naar vrouwtjes en onderbreken dit enkel om zich te voeden.
Als twee vlinders om mekaar heen vliegen (baltsvlucht) probeert het mannetje het vrouwtje over te halen tot paren. Als hij succes heeft gaat het vrouwtje zitten (tak, bloem, gras, ...) en kruipt het mannetje op haar. De paring, waarbij de achterlijven aan elkaar verbonden zijn, duurt meestal heel lang (soms tot meerdere uren).
Wanneer een vlinder zigzaggend over terrein vliegt is deze meestal op zoek naar waardplant (eieren leggen) of op zoek naar partner.
's Avonds gaan zij dan weer op zoek naar plekken om de nacht door te brengen (schuilplaats tegen vijanden). Trek er dan regelmatig op uit om te kijken waar zij zich verstoppen om ze dan 's morgens te gaan fotograferen.
Is dan niet zo’n goed fotomoment daar er reeds heel weinig licht is tegen dat zij effectief blijven zitten om te overnachten (kleuren zijn ’s avonds ook minder spectaculair).

zandoogje1 parelmoer2
parend Grauw Zandoogje en Parelmoervlinder

Vliegtijd
In België zien we de eerste vlinders reeds in de maand maart. Dit zijn soorten die als vlinder hebben overwinterd (Dagpauwoog, Citroenvlinder, Gehakkelde Aurelia, Kleine vos, ...).
Juni is over het algemeen een slechte vlindermaand. De meeste vlinders zijn dan eitje, rups of pop.
Juli en augustus zijn de topmaanden voor vlinders.
In september/oktober zien we nog enkel de soorten die overwinteren als vlinder.

Beste periode: half mei tot begin juni en begin juli tot half september

Om vlinders te vinden zijn 3 factoren heel belangrijk:
- de vliegperiode
- de waardplant
- het weer
een goede vlindergids en het weerbericht volgen zijn dus echt noodzakelijk.

Enkele voorbeelden:
Oranjetipje:
- vliegt één generatie van begin april tot begin juni
- matig vochtige graslanden bij bossen
- waardplant: pinksterbloem (look zonder look, judaspenning)

Apollovlinder:
- vliegt van mei tot september
- levensduur: 2 à 3 weken
- in bergen tussen 1000 en 2400m hoogte bij voorkeur steile zonnige hellingen
- waardplant: wit vetkruid en huislook
- bezoeken ook bloemen (rode en violette) van distels en zitten graag op bloemen of stenen te zonnen.

oranjetipje1 apollovkinder1
Oranjetipje op waardplant (Pinksterbloem) zonnende Apollovlinder

Vijanden
Het sterftecijfer bij de vlinders ligt heel hoog. Zo groeit slechts 1 tot 5 percent van de poppen uit tot volwassen vlinder.
De voornaamste natuurlijke vijanden zijn: vogels, kleine zoogdieren (egels, muizen, ...), reptielen, spinnen, mieren, sluipwesp (verdoofd rups en legt eitjes in rups), bidsprinkhanen en parasieten.
Toch is de mens de grootste oorzaak in de achteruitgang van veel vlinderpopulaties. Door het veranderen van hun leefgebied verdwijnt hun waardplant met gevolg dat zij ook verdwijnen.

zandoogje2 zandoogje3
Zandoogjes verrast door spinnen  

Vlindergidsen
Onmisbaar voor iedere vlinderliefhebber.
Ikzelf maak gebruik van volgende vlindergidsen.

De nieuwe Vlindergids
De dagvlinders van Europa en noordwest Afrika
(Tirion natuur - De Vlinderstichting / Tom Tolman - Richard Lewington)
Dit is een nederlandstalige veldgids met alle dagvlinders van Europa en noordwest Afrika.
Is een vrij volledige gids met voor elke vlindersoort teksten, illustraties en verspreidingskaartjes. In de teksten wordt info gegeven over naamgeving, verspreiding, vliegtijd, uiterlijk en variatie, biotoop, gedrag, levensloop en waardplanten.

Dagvlinders in vlaanderen
Nieuwe kennis voor betere actie
Uitgeverij LannooCampus
Een standaardwerk waarin de auteurs een overvloed aan recente kennis en nieuwe inzichten geven over dagvlinders in Vlaanderen.

Les papillons de jour de France, Belgique et Luxembourg et leurs chenilles
(Parthénope collection / Tristan Lafranchis)
Een franstalige, maar zeer volledig naslagwerk met een aantrekkelijke en duidelijke presentatie.
Worden 246 soorten vlinders in beschreven aan de hand van meer dan 600 kleurenfoto’s.
Heel interessant zijn de determinatiesleutels van de verschillende vlindergroepen en de info over de vlinderrupsen.

HOE VLINDERS BENADEREN
Elke vlinderfotograaf heeft wel zijn eigen benaderingstechniek, een voorgeschreven werkwijze bestaat immers niet.
Globaal gezien zijn vlinders heel schichtig en vrij moeilijk te benaderen.
Indien je een vlinder op de juiste manier benadert zal je slaagkans om deze beeldvullend in beeld te brengen spectaculair verbeteren. Ook wordt er alzo ruimte gecreëerd om te experimenteren (positie, lichtinval, …).
Met inachtneming van de nodige voorzichtigheid zijn vlinders op volgende momenten/tijdstippen vrij gemakkelijk te benaderen:
- bezig is met eten/drinken
- opnemen mineralen
- 's morgens vroeg
- bij een laag zonnetje
- in de late namiddag
- na een plotse bui
- tijdens het paren
Vooral ’s morgens vroeg wanneer de vlinders nog niet opgewarmd zijn en dus nog niet kunnen vliegen is een ideaal moment om vlinders te fotograferen.
Ikzelf ga rond valavond kijken waar vlinders zich verschuilen om de nacht door te brengen. 's Morgensvroeg zitten/hangen ze nog steeds op hun zelfde plek.
Ook concentreer ik mij slechts op enkele exemplaren, niet te ver van mekaar verwijderd, en wacht tot ze door de opkomende zon opgewarmd worden.
Sommige exemplaren vliegen heel vlug op, maar anderen zijn echte fotomodellen.

dikkopje2 boswitje1
drinken na regenbui (Groot Dikkopje) opwarmen in ochtendzon (Boswitje)

Anticiperen op gedrag vlinder
Observatie is heel belangrijk. Na een tijdje weet je bij welke vlinder je de meeste slaagkans hebt (ken je onderwerp).
Het is zinloos om achter een vlinder aan te zitten die niet wil stilzitten (op zoek naar partner, waardplant, …). Je vernielt dan enkel hun habitat.
In die zin is het ook belangrijk dat je weet dat als de vlinder niet goed zit, de achtergrond niet goed is, … je beter op zoek gaat naar een meer fotogeniek exemplaar.
In feite dien je reeds op voorhand te weten hoe je de vlinder wil fotograferen, de foto die je wil maken moet reeds in je hoofd zitten.

Traag maar doelbewust
Eens een zittende vlinder gelokaliseerd kun je proberen naderbij te komen. Oppassen dat je de vlinder niet uit oog verliest, hij is namelijk heel goed gecamoufleerd en vliegt dikwijls al terug op voor je hem opnieuw gespot hebt.
Hou steeds overzicht van de situatie, waar zal je schaduw vallen (ook van fotocamera), hoe wil ik vlinder in beeld brengen, let op omringend groen, ...
Je moet ondervinden hoe kort je kunt komen. Dit is een onvermijdelijk leerproces.
Heb ondervonden dat je als je kort bij een vlinder komt, je je best zo klein mogelijk maakt (bij voorkeur op knieën), en je je verschuilt achter je toestel. Vermoed dat dit komt omdat vlinders minder schuw zijn voor vormen.

Geen onnodige bewegingen maken
Zoals reeds gezegd zijn vlinders heel gevoelig voor plotse bewegingen.
Toestel moet gebruiksklaar zijn (diafragma, iso, belichting, ....), statief op juiste hoogte, ...
Ook is het belangrijk dat je stil kunt blijven zitten, wachten tot vlinder in gewenste positie zit, tot vlinder terugkeert, …

Laag bij de grond
Een vlinder heeft samengestelde ogen of facetogen en bestaan uit veel afzonderlijke lichtdetectors waardoor hij alle richtingen in het oog kan houden. De naar boven gerichte detectors dienen hoofdzakelijk om aanvallers te spotten. De naar beneden gerichte dienen dan weer om eten te zoeken.
Dus als je een vlinder van onderen benadert zal hij veel minder schuw zijn.

Oppassen voor schaduwen
Ook al gezegd, vlinders zijn heel achterdochtig voor naderende schaduwen.
Dus oppassen voor je schaduw, maar ook deze van je camera.

Ga op in omgeving
Felle kleuren trekken vlinders aan, maar heb gemerkt dat je best geen opvallende kledij draagt. Ook parfum/reuk (zonnebrandolie) kan ze verstoren. Vlinders gebruiken namelijk hun geur voor het lokaliseren van waardplant, om met mekaar te communiceren, om partner te zoeken, …
Hun reukorgaan (antennes) is immers heel goed ontwikkeld, Mannetjes kunnen een vrouwtje rieken en lokaliseren tot op een afstand van verschillende kilometers.
Ikzelf draag meestal een petje. Het beschermt je tegen zon, helpt je bij het observeren van vlinders.
Wees geduldig. Als je stil blijft zitten heb je ook een betere slaagkans. Soms strijken vlinders neer tot op enkele centimeters van je toestel (of zelfs op).

Locatie en tijdstip
Het kiezen van een juiste locatie en tijdstip is eveneens erg belangrijk. Als er veel vlinders zijn heb je meer keuze en evenredig meer kans op succes.

camera koninginnepage1
parend Icarusblauwtje op camera Koninginnepage lang onderen benaderd

KEN JE MATERIAAL
Mijn eerste serieuze stappen in de vlinderfotografie gebeurden met een compact digitaal toestel.
In principe kan je met elke camera aan vlinderfotografie doen.
Indien je echter streeft naar een degelijke beeldkwaliteit, rustige achtergronden, het vastleggen van details, ... is een compactcamera niet voldoende.
Compact camera's hebben immers heel wat nadelen:
- je dient een vlinder heel dicht te benaderen (soms tot op enkele centimeters) waardoor er heel wat verstoring is. Ook heb je dikwijls last van schaduw ( toestel/jezelf).
- je kunt met dergelijke toestellen meestal niet manueel scherpstellen waardoor je niet weet waar je scherpstellingspunt exact ligt.
- de beeldkwaliteit is meestal niet optimaal.
Ik schakelde dan ook al vlug over op een digitaal reflextoestel met macro-objectief (Nikon D70s met 105mm F2.8 objectief).

Een macro-objectief vind ik een must en dit om volgende redenen:
- zij bieden een hoge optische kwaliteit (ze zijn gemaakt voor macro-fotografie)
- hebben beperkte lensafwijkingen
- beschikken over een fijne manuele scherpstelling
De auto-focus daarentegen is meestal aan de trage kant, maar daar ik altijd handmatig scherp stel vormt dit geen probleem.
Ideaal voor een vlinderfotograaf is natuurlijk een tele macro-objectief.
De vlinder kan van grotere afstand beeldvullend gefotografeerd worden waardoor er minder verstoring is, en met dergelijke objectieven bekom je makkelijker een egale en rustige achtergrond. Nadeel is wel dat ze groot, vrij zwaar en duur zijn.

Scherpte is eveneens essentieel. Om zo stabiel mogelijk te fotograferen ( vermijden van bewegingsonscherpte) is het gebruik van een goed statief (kortbij de grond, stevig, balhoofd, vlot verstelbaar, niet te zwaar, …) heel belangrijk.
Ikzelf maak gebruik van een driepoot statief met balhoofd. Een balhoofd vind ik heel handig daar je door slechts aan één knop te draaien je de positie van je toestel wijzigt.
Een statief zorgt niet alleen voor scherpere beelden, maar zorgt er ook voor dat je meer tijd gaat nemen om een opname te maken, dat je gaat nadenken over de compositie, standpunt, achtergrond, diafragma, … Kortom het zal je fotografie aanzienlijk verbeteren.
Is wel niet evident om met statief in weide te werken waar elke aanraking met grasje/bloem waarop vlinder zit voldoende is om deze op te schrikken.
Toch loont het de moeite. Eens de vlinder benaderd en je stil blijft liggen/zitten kun je de vlinder observeren. En wat een voldoening als je getuige bent van een spin die een vlinder aanvalt, van een vlinder die zijn eitjes legt, of zich warmt in de eerste zonnestralen en tot leven komt, …
Dus… oefening baart kunst en moest het te gemakkelijk zijn is het plezier er ook af.

Nog enkele handige hulpmiddelen:
- een reflectiescherm
- een draadonspanner of afstandsbediening
- een degelijke snelkoppeling en bij voorkeur een L-plaatje (snelle omschakeling tussen landschap- en portretstand.

Ik heb geen ervaring met zoom macro-objectieven, omgekeerde objectieven, tussenringen en dergelijke.

Scherpstellen
Bij vlinderfotografie (macro-objectief met statief) maak ik voornamelijk gebruik van de manuele scherpstelling.
- je kunt exact bepalen waar scherpstellingspunt ligt. Zo kun je bijvoorbeeld perfect scherpstellen op het oog/ogen van de vlinder, want indien oog/ogen op foto staan dienen deze scherp te zijn voor een geslaagde foto. Dit is niet enkel zo bij vlinderfotografie.
- je kunt eveneens vrij nauwkeurig de scherpstellingszone (scherptediepte) bepalen: ligt (bij macro-objectief) +/- 1/2de voor en +/- 1/2de achter scherpstellingspunt.
De autofocusmethode gebruik ik heel uitzonderlijk (fotograferen kolibrievlinder, …).

Lichtmeting
Mijn favoriete methode is de ‘matrixmeting’. Het licht in vrijwel het gehele beeldbereik in de camera wordt gemeten en optimaal ingesteld.
In specifieke gevallen maak ik ook gebruik van centrumgerichte- en spotmeting.
Centrumgerichte lichtmeting (meet eveneens het gehele beeld maar kent het meeste gewicht toe aan een cirkelvormig gebied - diameter bij sommige toestellen instelbaar - in het midden van het beeld) is geschikt als je een vlinder beeldvullend in beeld wil brengen.
Spotmeting (camera meet helderheid in kleine cirkel in het midden van geselecteerd scherpstellingspunt - omliggende gebieden blijven buiten beschouwing) bij hoge contrasten in beeld. Bijvoorbeeld indien ik een witte vlinder op een donkere achtergrond of omgekeerd wil fotograferen.

Belichtingsstanden
Fotografeer bijna altijd met diafragmavoorkeuze.
Hierbij bepaal je zelf de scherptediepte, en kan je in combinatie met manuele scherpstelling precies bepalen welk deel van de vlinder scherp zal zijn.
Ook presteert elk objectief het best bij een welbepaald diafragma (bij mijn macro-objectief ligt dit tussen f8 en f11).
Een klein diafragma (hoog getal) gaat meestal gepaard met een lage sluitersnelheid (statief!).
Recente objectieven zijn uitgerust met beeldstabilisatie waardoor met lagere sluitertijd kan gefotografeerd worden. Met dit soort objectieven heb ik echter geen ervaring.
Maak soms ook gebruik van sluitertijdvoorkeuze. Vlinders zitten meestal niet lang stil, dus een snelle sluitertijd is handig om onderwerp te bevriezen. Snelle sluitertijden gaan meestal gepaard met groot diafragma (klein getal) waardoor wel een rustige achtergrond, maar weinig scherptediepte (positie vlinder dient evenwijdig met camera indien volledig scherp).

Compositie
Basisregels zoals 3de regel, diagonaal, lijnen, … dienen ook hier in het achterhoofd gehouden te worden.
Persoonlijk vind ik de achtergrond heel belangrijk voor een geslaagde foto. Bijvoorbeeld: een vlinder met lichte kleuren zal beter uitkomen met een donkere achtergrond. Ook dient de achtergrond rustig te zijn en mogen er geen storende elementen in beeld zijn. De waardplant/leefmilieu van de vlinder mee in beeld brengen kan een meerwaarde aan foto geven.
Ook aandacht schenken aan voorgrond. Een onrustige voorgrond kan de aandacht van vlinder afleiden en een grasje of dergelijk tussen objectief en vlinder zal een wazige lijn veroorzaken.
Dan het standpunt. Eveneens heel belangrijk.
Probeer hierin origineel te zijn. Mijn eerste vlinderfoto’s waren gefotografeerd van boven naar beneden, maar geleidelijk aan ben ik andere standpunten gaan uitproberen: op ooghoogte vlinder, in tegenlicht, frontaal, vlinder onderaan fotograferen, …
Ook kan het wat verschuiven van je positie of het veranderen van standpunt soms wonderen doen.
T ot slot fotografeer ik zoveel mogelijk met een lage iso-gevoeligheid (200) en maak gebruik van RAW bestandsindeling.

parelmoer3 blauwtje5
frontaal (Parelmoervlinder) evenwijdig met camera (Blauwtje)

ENKELE INTERESSANTE VLINDERGEBIEDEN
(waar ik regelmatig ga fotograferen)

Viroinval
Viroinval is gelegen in het uiterste zuidwesten van de provincie Namen, op ongeveer 100 km van Brussel.
Dit deel van Wallonië is zeer dun bevolkt. Het is niet enkel figuurlijk, maar ook letterlijk een uithoek. Er zijn weinig wegen en beperkte economische activiteiten.
De natuur is hier nog baas.
Opvallend zijn de heuvels met de kalkgraslanden en de “fondries”.
De bekendste is de Fondry des Chiens (een geklasseerd natuurreservaat gelegen rond Nismes). Men vindt er een unieke flora zoals orchideeën en andere typische kalkminnende planten. Een “fondry” is een immense put, met daarin uitstekende rotsen. Deze fondries vormen unieke microklimaten waar o.a. tongvaren het uitstekend doet. In de zomer vinden we er ook tal van zeldzame sprinkhanen en vlinders zoals de Steppeparelmoervlinder.
Viroinval is dan ook één van de rijkste gebieden op gebied van fauna en flora in België. Men vindt er een 50-tal vlindersoorten (in Wallonië 114) waaronder Koningspage, Koninginnepage, Adonisblauwtje, Thijmblauwtje, Aardbeivlinder, Zomererebia en het in België zeldzame Dwergblauwtje en Steppeparelmoervlinder.
2/3de van deze soorten zijn echter bedreigd,
Het is niet enkel een prachtig vlindergebied, maar tevens een botanische schatkamer. 50% van de in ons land, in het wild voorkomende planten, groeit hier. Hieronder meer dan 20 soorten wilde orchideeën.

Parc Naturel Régional de Vercors
Dit is een gebied met een uitzonderlijke natuur gelegen in de departementen de Drôme en de Isére (+/- 900km van Brussel).
De Vercors is een kalksteengebergte dat behoort tot de voor-Alpen. Het wordt begrensd door twee evenwijdige bergketens met als bekendste toppen de Mont Aiguille (2066m) en de hoogste top de Grand Veymont (2341m).
Het gebied biedt schitterende vergezichten en een zeer rijke flora en fauna.
De Vercors behoort tot de rijkste regio voor vlinders in Europa. Er leven tussen de 150 en 184 soorten vlinders.
Hieronder: - 36 soorten blauwtjes
- 18 soorten parelmoervlinders
- 16 soorten dikkopjes
- 3 grote pages (Koningspage, Koninginnepage en Apollovlinder)
Op een grasland Gresse-en Vercors van een halve hectare groot werden 61 soorten vlinders waargenomen (telling juli 2009).
De Vercors is tevens een botanisch heel rijk gebied. Er groeien 1800 soorten planten, waarvan 80 beschermde. Men vindt er 61 wilde orchideeën (hieronder het vrouwenschoentje, de grootste wilde orchidee van Europa en de zeer zeldzame Spitzel-orchis).
Ook vindt men er de 6 grote wilde hoefdieren (gems, hert, ree, moeflon, wild zwijn en steenbok).


Tot slot wil ik nog eens herhalen dat dit enkel mijn ervaringen zijn, en hopelijk mag ik binnenkort enkele van jullie vlinderfoto’s bewonderen en/of enkele van jullie ervaringen vernemen.
Vergeet echter niet om bij het fotograferen de vlinders en hun leefomgeving te respecteren en vooral te genieten van deze prachtige insecten.